ECLI:NL:CRVB:2013:1218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsgeschiktheid na medisch onderzoek in Ziektewetzaak
Appellante, werkzaam als medewerkster wasserette, meldde zich op 15 november 2010 ziek wegens fysieke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door bedrijfsartsen en een bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat zij per 28 maart 2011 geschikt was om haar werk te hervatten, ondanks haar klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het beëindigingsbesluit van het ziekengeld ongegrond, omdat appellante haar ongeschiktheid niet met medische gegevens had onderbouwd en een toename van psychische klachten na de datum in geding niet in aanmerking kon worden genomen.
In hoger beroep stelde appellante dat de artsen haar beperkingen onderschat hadden en het onderzoek onzorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de artsen voldoende gegevens hadden om een afgewogen oordeel te geven, en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de arbeidsgeschiktheid.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld blijft gehandhaafd.