ECLI:NL:CRVB:2013:1238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleid herziening studiefinancieringsbesluiten na verstrijken termijn
Appellant ontving van 1999 tot 2005 studiefinanciering, waarvan enkele toelagen in 2001 en 2002 werden herzien omdat hij controleformulieren niet retourneerde. Hierdoor werden de besluiten omgezet in een rentedragende lening die appellant moet terugbetalen.
In 2011 verzocht appellant om verlaging van deze lening, maar de Minister wees dit af op grond van het beleid dat herzieningsverzoeken binnen vijf jaar na afloop van het studiefinancieringstijdvak moeten worden ingediend, met bewijsstukken die herziening rechtvaardigen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij het beleid niet kende en dat de termijn van vijf jaar onredelijk was, en dat onvoldoende onderzoek naar bijzondere omstandigheden had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat appellant destijds de mogelijkheid had bezwaar te maken en dat het beleid van de Minister redelijk is, ook de termijn van vijf jaar.
De Raad bevestigde dat de Minister niet verplicht is besluiten in volle omvang te heroverwegen buiten de termijn en dat geen bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid leidden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het beleid van de Minister inzake herziening binnen vijf jaar bevestigd.