Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:1266

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2013
Publicatiedatum
2 augustus 2013
Zaaknummer
13-170 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming CIZ

Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het CIZ. Tijdens de procedure nam het CIZ een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het CIZ te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken vanwege de volledige tegemoetkoming door het CIZ. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet was het mogelijk het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten.

De Raad bepaalde dat het CIZ de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €1.416,-, moest vergoeden. Voor het griffierecht kon appellant zich rechtstreeks tot het CIZ wenden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2013.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €1.416,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

13/170 AWBZ
Datum uitspraak: 31 juli 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2012, 12/3517
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F. Vermaat hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft op 27 februari 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 7 maart 2013 heeft mr. Vermaat namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
Bij brief van 26 maart 2013 heeft CIZ meegedeeld geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat CIZ met het besluit van
27
februari 2013 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om CIZ te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 472,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.416,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot CIZ wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van appellant tot een bedrag van
€ 1.416,-.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. de Mooij en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) J.A. Achterberg

HD