ECLI:NL:CRVB:2013:1276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating tot vrijwillige AOW-verzekering wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant, een vluchteling die sinds 1997 in Nederland verblijft en met psychische klachten onder behandeling is geweest, heeft in januari 2011 een aanvraag ingediend voor toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
Appellant stelde dat hij door psychiatrische beperkingen niet in staat was tijdig de aanvraag in te dienen. De Raad oordeelde dat ondanks de psychiater verklaarde beperkte zelfredzaamheid, appellant zich op meerdere maatschappelijke terreinen heeft kunnen redden, waaronder het volgen van een HBO-opleiding en het aanvragen van andere uitkeringen. Ook was er geen bewijs dat appellant zonder schuld van derden niet tijdig kon aanvragen.
Verder wees de Raad het beroep af omdat het beleid van de Sociale Verzekeringsbank consistent is toegepast en onbekendheid met wet- en regelgeving geen verschoonbare reden vormt. Ook het beroep op ongelijke behandeling faalde, omdat de vergelijkbare gevallen niet relevant gelijk waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de weigering van toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.