ECLI:NL:CRVB:2013:1312

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2013
Publicatiedatum
6 augustus 2013
Zaaknummer
11-6915 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid appellant

Appellant, laatstelijk werkzaam als shiftleader, viel uit op 8 mei 2008 wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 19 mei 2010 vast dat appellant per 23 april 2010 recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 43% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 15 november 2010 werd afgewezen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gaven tot twijfel over de belastbaarheid van appellant. De arbeidskundige rapportages motiveerden voldoende waarom de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht geen nieuwe medische stukken in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig en bevestigde de afwijzing van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

11/6915 WIA
Datum uitspraak: 31 juli 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van
6 oktober 2011, 10/2222 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. dr. K.A. Faber, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2013. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door T. van der Weert.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als shiftleader. Hij is op 8 mei 2008 uitgevallen wegens fysieke en psychische klachten.
1.2. In reactie op de aanvraag van appellant om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft het Uwv bij besluit van 19 mei 2010 vastgesteld dat voor appellant met ingang van 23 april 2010 recht op een loongerelateerde WGA-uitkering is ontstaan, omdat appellant 43% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 15 november 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de beschikbare gedingstukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant per
23 april 2010. Uitgaande van de vastgestelde beperkingen moet appellant in staat worden geacht om de geselecteerde functies te vervullen. In de arbeidskundige rapportages is afdoende gemotiveerd waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geen overschrijding opleveren van de belastbaarheid van appellant op de ter beoordeling staande datum.
3.
In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant de in bezwaar en in beroep aangevoerde gronden herhaald.
4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2.
De Raad stelt voorop het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen volledig te kunnen onderschrijven. Het aanvullend hoger beroepschrift is vrijwel identiek aan het bij de rechtbank ingediende aanvullend beroepschrift. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant geen nadere medische stukken in geding gebracht. Gelet op deze omstandigheden slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2013.
(getekend) M.C. Bruning
(getekend) K.E. Haan

EH