ECLI:NL:CRVB:2013:1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrecht WIA en Ziektewet appellant
Appellant, werkzaam als eerste verantwoordelijke verzorgende, meldde zich ziek vanwege rug- en schouderklachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies. Het UWV weigerde daarom een WIA-uitkering.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld, maar medische gegevens ondersteunden dit niet. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant niet meer beperkingen had dan eerder vastgesteld en geschikt bleef voor functies met belastende factoren die medisch verantwoord waren.
Bij een latere ziekmelding in november 2008 werd opnieuw vastgesteld dat de beperkingen niet waren toegenomen en dat appellant geschikt was voor de functie van werkmeester sociale werkplaats. Het UWV weigerde een Ziektewet-uitkering. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze besluiten, waarbij zorgvuldig onderzoek en medische gegevens als basis dienden.
De Raad concludeert dat de onderzoeken zorgvuldig zijn verricht, de belastbaarheid niet is overschat en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer beperkingen heeft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.