Uitspraak
CAK
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak van 6 juni 2011;
- vernietigt de aangevallen uitspraak van 20 mei 2011;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 juli 2009 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft hoger beroepen van betrokkene tegen besluiten van het CAK over de vaststelling van de eigen bijdrage voor zorg en voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor de jaren 2007 en 2009.
Betrokkene stelde dat vanwege de WIA-verhoging van haar echtgenoot, bedoeld voor blijvende hulpbehoevendheid, een uitzondering moest worden gemaakt op het uitgangspunt dat de eigen bijdrage wordt gebaseerd op het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen. Tevens stelde zij dat het CAK de hardheidsclausule uit de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2008 had moeten toepassen.
De Raad oordeelde dat de situatie van betrokkene geen bijzonder geval vormt dat afwijkt van de dwingendrechtelijke regeling en dat het CAK terecht is uitgegaan van het verzamelinkomen inclusief de WIA-verhoging. Daarnaast stelde de Raad vast dat alleen het college bevoegd is om de hardheidsclausule toe te passen en dat het beroep van het CAK tegen de eerdere uitspraak over deze clausule slaagt. Het beroep van betrokkene wordt afgewezen en de eigen bijdragen zijn correct vastgesteld.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van 20 mei 2011 en bevestigde de uitspraak van 6 juni 2011. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt dat het CAK de eigen bijdragen voor 2007 en 2009 correct heeft vastgesteld.