Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af;
- veroordeelt het CAK in de kosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 944,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, als executeur van de nalatenschap van betrokkene, stelde een verzoek tot schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure omtrent een AWBZ-zaak. De procedure betrof hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beoordeling van de redelijke termijn moet plaatsvinden aan de hand van de omstandigheden van het geval, zoals de complexiteit van de zaak, de behandeling door bestuursorgaan en rechter, het gedrag van appellant en het belang van appellant. De Raad stelde vast dat de totale duur van de procedure na het overlijden van betrokkene op 4 augustus 2009 tot de einduitspraak op 31 juli 2013 minder dan vier jaar bedroeg, waardoor geen overschrijding van de redelijke termijn was vastgesteld.
Verder werd vastgesteld dat het CAK het bezwaar van appellant geheel was tegemoetgekomen, waardoor het CAK werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep, vastgesteld op in totaal €944. Het verzoek tot vergoeding van griffierecht werd afgewezen, met de mededeling dat appellant dit rechtstreeks bij het CAK kan indienen.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2013 en betreft een hoger beroep in een AWBZ-zaak. De Raad benadrukte de toepassing van relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen; CAK veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €944.