Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 juni 2011 ongegrond;
- bepaalt dat het college het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds augustus 2008 nadat haar echtgenoot het gezin had verlaten. Een onderzoek van de Sociale Recherche toonde aan dat haar echtgenoot ondanks het huren van een kamer elders, de meeste nachten en tijd bij appellante thuis doorbracht. Op grond hiervan trok het dagelijks bestuur de bijstand over de periode mei tot november 2009 in en vorderde het de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar beoordeelde onterecht of sprake was van een gezamenlijke huishouding in plaats van duurzaam gescheiden leven, zoals het dagelijks bestuur had aangevoerd. De Centrale Raad vernietigde dit oordeel en stelde vast dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten elk hun eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd.
De Raad concludeerde dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde omdat haar echtgenoot feitelijk bij haar verbleef en zij als gezin leefden. Het beroep tegen de intrekking en terugvordering werd daarom ongegrond verklaard. De Raad wees ook het bezwaar af dat terugvordering de lopende schuldsanering zou beëindigen, omdat het bestuur de aflossing voorlopig op nihil had gesteld.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 20 augustus 2013, waarbij het griffierecht aan appellante werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.