ECLI:NL:CRVB:2011:BU5865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellanten, gehuwd sinds 1965, ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande, omdat zij naar eigen zeggen duurzaam gescheiden leefden. Het College startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand vanwege vermoedens dat zij niet duurzaam gescheiden waren. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, verhoren, buurtonderzoek en verklaringen van buurtbewoners.
Op basis van het onderzoek concludeerde het College dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden en trok de bijstand in met terugwerkende kracht, waarbij gemaakte kosten werden teruggevorderd. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de bevindingen een toereikende grondslag boden voor deze besluiten. De verklaringen van appellante en buurtbewoners wezen uit dat appellant veelvuldig werd gezien bij appellante, en dat hij niet zelfstandig in zijn eigen woning woonde.
De Raad benadrukte dat de subjectieve beleving van de relatie en het motief voor het niet duurzaam gescheiden leven niet relevant zijn voor de toepassing van de WWB. De Raad verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde de eerdere uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven wordt bevestigd.