ECLI:NL:CRVB:2013:1448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging gezinsbijstand wegens weigering participatietraject ondanks medische klachten
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en weigerden deel te nemen aan een participatietraject bij de Haeghe Groep, waarop het college de bijstand driemaal met 100% verlaagde. Na bezwaar handhaafde het college deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante medisch gezien belastbaar was voor 15 uur per week en dat de verwijtbaarheid van één partner voldoende is voor verlaging van de gezinsbijstand.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat appellante vanwege lichamelijke en psychische klachten niet kon deelnemen aan het traject en dat de maatregel ten onrechte het hele gezin trof. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellanten geen medische gegevens hadden overgelegd ter onderbouwing van hun standpunt.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de verlaging van de gezinsbijstand. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens in aanwezigheid van griffier M. Sahin.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de gezinsbijstand wegens weigering van deelname aan een participatietraject.