ECLI:NL:CRVB:2013:1464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in café
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding verrichtte de sociale recherche onderzoek naar haar werkzaamheden in een café. Uit het onderzoek en verklaringen van appellante bleek dat zij gedurende een langere periode regelmatig werkzaamheden verrichtte, zoals schenken, bedienen en afrekenen, zonder daarvoor betaald te worden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van 1 januari 2008 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot en met 31 juli 2010. Appellante voerde aan dat zij slechts hand- en spandiensten verrichtte als vriendendienst en geen werkzaamheden had die zij had moeten melden. Zij stelde dat zij een (snuffel)stage liep en dat haar contactpersoon op de hoogte was.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van appellante op geld waardeerbare arbeid vormden en dat het niet melden daarvan een schending van de inlichtingenverplichting was. Dit leidde tot het oordeel dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden in een café.