ECLI:NL:CRVB:2013:1536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB. Het bestuur voerde een heronderzoek uit en vroeg bankafschriften over recente maanden op. Appellant leverde niet alle gevraagde afschriften tijdig aan, ondanks herhaalde verzoeken en hersteltermijnen.
Het bestuur schortte het recht op bijstand op en trok deze vervolgens in vanwege het niet naleven van de verplichtingen. Appellant voerde onder meer aan dat de gevraagde bankafschriften niet relevant waren, dat een cyberaanval bij de bank het aanleveren belemmerde en dat hij door een besluit misleid was over de afspraken.
De Raad oordeelde dat het bestuur terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro. De gevraagde bankafschriften waren relevant, de cyberaanval onvoldoende onderbouwd en de misinterpretatie van het besluit niet toereikend om het verzuim te rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Dordrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.