ECLI:NL:CRVB:2013:1687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vermindering buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet 2009
Appellant, geboren in 1932, woont afwisselend in Duitsland en Spanje en ontvangt een AOW- en pensioenuitkering. Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is hij als verdragsgerechtigde aangemerkt en is een buitenlandbijdrage vastgesteld die gerelateerd is aan de zorgkosten in het woonland. Cvz heeft de buitenlandbijdrage over 2009 vastgesteld op €1.154,22, waarvan appellant nog €496,22 moet betalen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en verzocht om vermindering vanwege zijn lage inkomen van €658 per maand. Cvz wees het bezwaar af omdat de Zvw geen mogelijkheid biedt tot vermindering of kwijtschelding van de buitenlandbijdrage, maar wel een betalingsregeling trof. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de bepalingen in de Zvw en de Regeling Zorgverzekering dwingendrechtelijk zijn.
In hoger beroep heeft appellant zijn financiële situatie benadrukt, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat de Zvw en de Regeling dwingendrechtelijk zijn en dat Cvz niet kan afwijken van de regels. Er is geen grond voor vermindering of kwijtschelding. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage over 2009 wordt niet verminderd of kwijtgescholden; het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.