ECLI:NL:CRVB:2016:93
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw voor in Duitsland woonachtige uitkeringsgerechtigde
Appellant woont sinds maart 2009 in Duitsland en ontvangt een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz). Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Europese verordeningen is hij als verdragsgerechtigde aangemerkt en is hij een buitenlandbijdrage verschuldigd voor de zorgkosten.
Het Zorginstituut heeft de buitenlandbijdrage voor de jaren 2009, 2011 en 2012 vastgesteld en de bezwaren van appellant tegen deze besluiten niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en overwogen dat de Zvw dwingend recht bevat, waardoor het Zorginstituut geen ruimte heeft om de bijdrage te matigen of kwijt te schelden.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd en slechts zijn eerdere standpunten herhaald. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt de bestreden besluiten. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage wordt bevestigd.