ECLI:NL:CRVB:2013:1709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand bij verblijf langer dan vier weken buiten Nederland zonder zeer dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verbleef van 6 juli tot 7 september 2011 in Marokko. Hij verloor zijn verblijfsvergunning en vroeg een reisvisum aan, dat op 22 augustus werd afgegeven. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloot dat appellant geen recht had op bijstand over de periode van 4 augustus tot 8 september 2011, omdat hij langer dan vier weken aaneengesloten buiten Nederland verbleef.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat er zeer dringende redenen waren, namelijk het verlies van zijn verblijfsdocument en de late mogelijkheid om een afspraak met de Nederlandse vertegenwoordiging te maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wet geen recht op bijstand geeft bij verblijf langer dan vier weken buiten Nederland, tenzij zeer dringende redenen dit noodzaken. In deze zaak waren geen acute noodsituaties of behoeftige omstandigheden aangetoond die dit rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en het verzoek om schadevergoeding geweigerd.
Uitkomst: Geen recht op bijstand wegens verblijf langer dan vier weken buiten Nederland zonder zeer dringende redenen.