ECLI:NL:CRVB:2013:1728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid na burn-out en somatoforme stoornis
Appellant was tot februari 2010 werkzaam als projectleider en ontving na het einde van zijn dienstverband een werkloosheidsuitkering. Vanaf maart 2011 meldde hij zich ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na medisch onderzoek beëindigde het UWV de uitkering per september 2011 omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, ondersteund door medische rapporten waaronder een expertise van Altrecht en een psychiatrisch rapport dat sprak van een ongedifferentieerde somatoforme stoornis en klachten die werkhervatting belemmeren. Het UWV en de rechtbank oordeelden echter dat deze klachten onvoldoende beperkingen opleveren om arbeidshervatting te verhinderen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na een uitgebreide beoordeling van de medische stukken. De Raad concludeerde dat er geen ernstige psychische stoornis aanwezig is en dat het klachtenpatroon eerder een beroepsprobleem betreft dan een ziekte die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant niet langer ongeschikt is voor arbeid.