Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen besluit III gegrond en vernietigt dit besluit;
- verklaart het bezwaar tegen besluit 3 ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 1 augustus 2009 in tijdelijke dienst als Klantmanager beginnend met een proeftijdaanstelling. Na een incident op 17 maart 2011, waarbij zij zich ongepast gedroeg tegenover haar leidinggevende, werd zij geschorst en kreeg zij buitengewoon verlof toegekend. De beoordeling over 2010 werd ongewijzigd vastgesteld, maar de tijdelijke aanstelling werd niet omgezet in een vaste aanstelling en beëindigd per 4 augustus 2011.
De Raad oordeelt dat de schorsingen gegrond waren gezien het incident. Het bezwaar tegen het buitengewoon verlof was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, maar inhoudelijk ongegrond. De beoordeling over 2010 bevatte onvoldoende onderbouwing voor de eindscore 'Functioneert duidelijk onvoldoende'. De Raad vernietigt dit besluit voor zover het de eindscore betreft en stelt deze vast op 'Functioneert matig; verbetering is noodzakelijk'.
De beëindiging van de tijdelijke aanstelling wordt bevestigd omdat het functioneren van appellante onvoldoende was en het incident het vertrouwen verder aantastte. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 september 2013.
Uitkomst: De Raad vernietigt besluiten over buitengewoon verlof en eindbeoordeling, stelt eindscore vast op 'Functioneert matig', bevestigt schorsing en beëindiging tijdelijke aanstelling, en veroordeelt college tot proceskostenvergoeding.