ECLI:NL:CRVB:2013:1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van voorlopige buitenlandbijdrage zorgverzekering over 2008
Appellant, woonachtig in België en gepensioneerd, was het niet eens met de voorlopige buitenlandbijdrage over het zorgjaar 2008 die door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) was vastgesteld. Deze bijdrage is gebaseerd op artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw). Na een eerdere uitspraak over de buitenlandbijdrage over 2007, waarin de rechtbank en de Raad voor de Rechtspraak het standpunt van Cvz bevestigden, werd ook het beroep van appellant over 2008 behandeld.
De Raad verwijst naar zijn eerdere uitspraak over 2007 en stelt dat de gronden voor het hoger beroep over 2008 gelijk zijn. Hoewel appellant een verzekering bij IAK had, wat mogelijk een dubbele dekking bood, oordeelt de Raad dat de keuze voor deze verzekering niet kan leiden tot het achterwege laten van de wettelijke buitenlandbijdrage. Deze bijdrage is immers wettelijk verplicht.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 september 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de voorlopige buitenlandbijdrage over 2008 blijft gehandhaafd.