ECLI:NL:CRVB:2014:3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- G. van Zeben - de Vries
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet over 2008 ondanks particuliere verzekering
Appellant, woonachtig in België, ontving verschillende pensioenen en was vanaf 1 april 2006 tot 1 januari 2009 verdragsgerechtigde onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage voor 2008 definitief vast op €3.557,59, welke appellant betwistte. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat appellant de buitenlandbijdrage niet via een particuliere verzekeraar had voldaan.
In hoger beroep stelde appellant zich wederom op het standpunt dat de buitenlandbijdrage onterecht werd gevorderd, mede vanwege een vermeende betaling aan verzekeringsmaatschappij IAK. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de buitenlandbijdrage niet kan worden voldaan via particuliere verzekeraars en dat het Zorginstituut terecht de bijdrage heeft vastgesteld.
De Raad benadrukt dat de verplichting tot betaling van de buitenlandbijdrage niet wordt opgeheven door het bestaan van een particuliere verzekering en dat eventuele klachten over voorlichting aan appellant bij de verzekeraar zelf moeten worden ingediend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage over 2008 blijft verschuldigd.