ECLI:NL:CRVB:2013:1831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf bankstel wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellante verzocht om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een bankstel van €700,-. Het college wees dit af omdat tijdens een huisbezoek een bankstel in goede staat werd aangetroffen, dat volgens de broer van appellante tijdelijk in haar woning stond. De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college terecht stelde dat geen noodzaak bestond zolang appellante een bankstel kon gebruiken.
Appellante ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en stelde dat het bankstel niet van haar was maar van haar broer, die het tijdelijk had uitgeleend. De Raad oordeelde dat het feit dat het bankstel in bruikleen was gegeven niet verandert dat appellante de beschikking had over een goed bankstel.
Daarom is er geen sprake van noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt dat appellante geen recht heeft op bijzondere bijstand voor de aanschaf van een bankstel.