ECLI:NL:CRVB:2013:1833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds augustus 2007 bijstand en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente een onderzoek waarbij bleek dat appellant mogelijk niet op het uitkeringsadres woonde en dat hij niet alle bankafschriften had overlegd. Tevens werden kasstortingen gedaan zonder afdoende verklaring.
Het college trok de bijstand over meerdere periodes in en vorderde de kosten terug. De rechtbank oordeelde dat de intrekking en terugvordering over september 2007 en juli 2008 niet stand hielden, maar bevestigde de rest. Appellant voerde in hoger beroep aan dat kasstortingen voortkwamen uit schuiven met geld en leningen, dat de terugvordering onevenredig was, dat hij wel op het adres woonde en dat er sprake was van een etnisch gemotiveerde vete.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat kasstortingen uit schuiven met geld of leningen voortkwamen. De verklaringen van buurtbewoners over het wonen op het adres waren niet relevant voor de periode in geschil. De vete werd niet bewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep tegen het nader besluit ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.