Uitspraak
OVERWEGINGEN
15 november 2010 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), aangezien hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als administrateur/boekhouder, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling, waarbij de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) als juist werd beschouwd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten, waaronder hevige woedeaanvallen, onvoldoende werden meegewogen. Hij betwistte ook het gebruik van gegevens van zijn behandelaars van PsyQ vanwege een vertrouwensbreuk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was uitgevoerd en dat de FML correct was vastgesteld. Appellant overlegde geen nieuwe medische gegevens die een hogere mate van beperkingen zouden aantonen. De Raad vond geen aanleiding tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde dat de voorgehouden functies medisch passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering.