ECLI:NL:CRVB:2013:1952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand wegens niet voldoen aan gemeentelijk beleid
Appellant, afkomstig uit Turkije en staatloos, heeft vanaf 2008 meerdere procedures gevoerd om een verblijfsvergunning en bijstand te verkrijgen. Na verlening van een verblijfsvergunning in 2010, vroeg hij bijzondere bijstand aan voor proceskosten gemaakt vóór 14 juli 2009.
Het college verleende bijzondere bijstand slechts tot één jaar terug, conform het gemeentelijk beleid, en wees de rest af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het college het beleid consistent heeft toegepast en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die rechtvaardigen af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend. De uitzonderingsbepaling van artikel 16 WWB Pro is niet van toepassing omdat appellant ten tijde van de aanvraag wel recht had op bijstand.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.