Uitspraak
OVERWEGINGEN
6.3. De overwegingen 6.1 en 6.2 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als telefonisch helpdeskmedewerker, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder longproblemen, rug-, nek- en schouderklachten, moeheid en psychische problematiek. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering.
In bezwaar en beroep bracht appellante aanvullende medische stukken in, waaronder rapporten van specialisten die ernstige aandoeningen zoals fibromyalgie en mogelijke reumatische artritis vermeldden. De bezwaarverzekeringsarts nam enkele aanvullende beperkingen op in de Functionele Mogelijkhedenlijst, maar het UWV handhaafde het besluit tot afwijzing. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de beperkingen verdergaand waren dan vastgesteld en dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking had aangenomen. De Raad concludeerde dat een diagnose op zich niet dwingt tot het aannemen van beperkingen en dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd. Er waren onvoldoende aanknopingspunten om de beperkingen onjuist te achten en een onafhankelijk onderzoek was niet nodig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.