ECLI:NL:CRVB:2013:2017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- P.W. van Straalen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onterecht verleende bijstand wegens onroerende goederen in Turkije
Appellanten ontvingen vanaf juni 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur blokkeerde de uitbetaling per oktober 2010 en trok de bijstand in omdat appellanten beschikten over onroerende goederen in Turkije die niet waren gemeld. De Raad oordeelde eerder dat deze intrekking standhoudt.
Vervolgens vorderde het dagelijks bestuur de kosten van bijstand over de periode juni 2007 tot september 2010 terug, een bedrag van €37.809,99. Appellanten maakten bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat de financiële en sociale gevolgen onaanvaardbaar zijn en dat het beleid onredelijk is toegepast.
De Raad verwierp deze bezwaren. De financiële gevolgen doen zich pas voor bij daadwerkelijke invordering, waarbij appellanten beschermd zijn door regels over de beslagvrije voet. Sociale problemen met invorderingsmaatregelen in Turkije zijn onvoldoende als dringende reden om terugvordering te voorkomen. Ook was het dagelijks bestuur niet verplicht een theoretische berekening te maken van de periode waarover bijstand rechtmatig was.
De Raad bevestigde daarmee het besluit tot terugvordering en de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bijstandskosten en verklaart het hoger beroep ongegrond.