ECLI:NL:CRVB:2013:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- P.W. van Straalen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellanten ontvingen vanaf juni 2007 bijstand ingevolge de WWB. Bij besluit van 8 december 2010 werd deze bijstand ingetrokken omdat zij beschikten over onroerende goederen in Turkije die niet waren gemeld. Op 27 december 2010 meldden zij zich bij het UWV voor een nieuwe aanvraag, die op 14 januari 2011 werd ingediend. Het dagelijks bestuur wees deze aanvraag af omdat geen sprake was van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.
Appellanten stelden dat de onroerende goederen op 30 juni 2009 op naam van appellant waren gesteld en dat de waarde slechts deels tot het vermogen gerekend kon worden. Dit werd echter niet onderbouwd met objectieve gegevens die een relevante wijziging konden aantonen. Ook het argument dat het terugvorderingsbesluit een wijziging zou zijn, faalde omdat dit besluit nog niet was genomen op het moment van de aanvraag.
De rechtbank had het beroep tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is op 8 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand is terecht afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of relevante gewijzigde omstandigheden.