ECLI:NL:CRVB:2013:2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet-erkend koranonderwijs in Turkije
Appellant, vader van een kind dat in Turkije koranonderwijs volgde, vorderde kinderbijslag over de periode van eind 2008 tot midden 2010. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de bijslag omdat de gevolgde Kuran Kursu-opleidingen niet als onderwijs in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) worden beschouwd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de opleidingen niet voldeden aan de beleidsregels die voorschrijven dat onderwijs moet leiden tot beroepskwalificatie.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de opleidingen erkend zijn door de Turkse overheid, een diploma opleveren en toegang bieden tot vervolgstudies aan Nederlandse hogescholen. De Raad overwoog dat hoewel de opleidingen aan twee van de drie criteria voldoen, zij niet de mogelijkheid bieden tot het beroepsmatig verrichten van activiteiten overeenkomstig de opleiding. Dit volgt uit een memo van de attaché Sociale Zaken te Ankara en het reglement van het Turkse Directoraat voor Religieuze Aangelegenheden.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de korancursussen algemeen vormende elementen bevatten of als vooropleiding voor een beroep als geestelijk verzorger kunnen worden aangemerkt. De erkenning door de Turkse overheid doet hieraan niet af. De Raad bevestigt daarom het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.