ECLI:NL:CRVB:2013:2027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing toeslag partner AOW bij verlies onderneming partner
Appellante ontvangt een AOW-pensioen en maakt aanspraak op een toeslag voor haar jongere partner over 2008 en 2009. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde het verlies uit de onderneming van de partner in die jaren op nihil en rekende betalingen uit het persoonsgebonden budget (pgb) van hun zoon als inkomsten uit arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen deze berekening en stelde dat het verlies uit onderneming met het looninkomen van haar partner verrekend moest worden. De rechtbank wees dit bezwaar af, en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
De Raad overweegt dat het Inkomensbesluit 1996 bepaalt dat negatieve winst uit onderneming op nihil wordt gesteld en dat er geen ruimte is om verlies uit onderneming te verrekenen met looninkomsten. Betalingen uit het pgb worden terecht als loon uit arbeid aangemerkt. Het onderscheid in behandeling van inkomsten uit onderneming en loonarbeid is niet onredelijk en overschrijdt de ruime beleidsvrijheid bij sociale zekerheidsuitkeringen niet.
De Raad wijst ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en mogelijke discriminatie af, en bevestigt dat de regeling een minimumbehoeftekarakter heeft waarbij verliesgevende ondernemersactiviteiten niet worden gecompenseerd via de toeslag. Het beroep op artikel 10 Inkomensbesluit Pro 1996 voor een afwijkende inkomensvaststelling faalt eveneens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verlies uit onderneming niet met looninkomsten wordt verrekend en wijst het hoger beroep af.