ECLI:NL:CRVB:2013:2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over gebreken in WIA-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante, die sinds 2008 wegens psychische klachten niet meer kon werken, vroeg in 2009 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde beperkingen vast op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waardoor geen recht op uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen door het UWV waren onderschat, mede door het niet erkennen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De Raad oordeelde dat de diagnose PTSS onvoldoende onderbouwd was en dat de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsartsen niet onjuist waren.
Echter, de Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de door appellante verrichte arbeid als postbezorger, wat bepalend is voor het arbeidskundige onderzoek. Ook ontbrak een heroverweging van de arbeidskundige beoordeling bij bezwaar. Daarnaast was de toelichting bij de FML onduidelijk en ontbrak nadere motivering.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit gebreken vertoont in voorbereiding en motivering, in strijd met de Awb, en droeg het UWV op deze gebreken binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrekkige besluit binnen zes weken te herstellen.