ECLI:NL:CRVB:2011:BR6452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds mei 1999 arbeidsongeschikt is wegens rug- en psychische klachten, kreeg in 2000 een WAO-uitkering toegekend. In 2008 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde en functies selecteerde die appellante zou kunnen verrichten, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, omdat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de geselecteerde functies passend waren bij haar opleiding en ervaring. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij de functies niet kon verrichten.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen waren om te twijfelen aan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts. Er was geen discrepantie met de behandelende artsen en de problematische thuissituatie mocht niet worden meegewogen bij de arbeidsgeschiktheid. De geselecteerde functies waren passend bij haar opleidingsniveau en ervaring, waarbij niveaueisen niet als strikte diploma-eisen werden gezien.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.