ECLI:NL:CRVB:2013:2042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks stalking
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde twijfel over haar woonsituatie vast en startte een onderzoek. Hieruit bleek dat haar ex-partner, met wie zij kinderen heeft, in de periode van 24 juli tot 20 september 2010 zijn hoofdverblijf had in haar woning. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van het ontvangen bedrag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van vrijwillige gezamenlijke huishouding, maar van een door haar ex-partner opgedrongen verblijf vanwege stalking. De Raad oordeelde echter dat het centrum van het dagelijks leven van de ex-partner in en rond de woning van appellante lag en dat objectieve criteria doorslaggevend zijn voor het vaststellen van gezamenlijke huishouding.
De Raad verwierp het verweer dat de terugvordering onevenredig was vanwege psychische problemen en stalking, omdat de bescherming via de beslagvrije voet van toepassing is en geen dringende redenen tot afzien van terugvordering waren aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd ondanks de stelling van stalking en ongewenst verblijf.