ECLI:NL:CRVB:2013:2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellante, een Ugandese vrouw zonder geldige verblijfsvergunning, diende een aanvraag voor bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige verblijfstitel, een vereiste volgens de Wet werk en bijstand (WWB).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college op grond van artikel 8 EVRM Pro een positieve verplichting had om haar te verwijzen naar hulpinstanties om dakloosheid te voorkomen en dat haar situatie een schending van artikel 3 EVRM Pro opleverde vanwege haar medische en sociale omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onder artikel 16, tweede lid, van de WWB valt, waardoor zij geen recht heeft op bijstand, ook niet op grond van de hardheidsclausule.
De Raad erkende de beschermingsbehoefte van kwetsbare personen onder het EVRM, maar benadrukte dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft en dat de uitvoering van positieve verplichtingen jegens vreemdelingen zonder geldige verblijfsvergunning niet via de WWB kan worden gerealiseerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel.