ECLI:NL:CRVB:2012:BX3985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering wegens ontbreken verblijfsvergunning en toepassing WWB
Appellant, met de Surinaamse nationaliteit en sinds 1998 in Nederland wegens medische behandeling, vroeg bijstand aan op grond van de WWB. Het college wees de aanvraag af omdat appellant geen verblijfsvergunning bezit, wat volgens artikel 11 en Pro 16 van de WWB het recht op bijstand uitsluit.
Appellant voerde aan dat weigering van bijstand zijn privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro aantast en dat discriminatieverboden uit artikel 14 EVRM Pro en het Twaalfde Protocol van toepassing zijn. De Raad overwoog echter dat het onderscheid naar nationaliteit in de koppelingswetgeving verenigbaar is met internationale non-discriminatiebepalingen en dat het beroep op het Europees Sociaal Handvest geen afdwingbaar recht op bijstand oplevert.
De Raad benadrukte dat de positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro niet via de WWB kan worden ingevuld voor vreemdelingen zonder verblijfsvergunning. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd, en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand aan appellant wegens het ontbreken van een verblijfsvergunning en het verbod op dringende redenen bij niet-Nederlanders volgens de WWB.