ECLI:NL:CRVB:2013:2060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande tot zijn verhuizing naar een kamer in een pand waar hij woonde met C., zonder dit te melden. Het dagelijks bestuur startte een onderzoek en besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad beoordeelde of sprake was van wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding onder de WWB. Uit het onderzoek bleek dat appellant en C. een ongebruikelijke verbondenheid hadden die verder ging dan een zakelijke huurrelatie, met wederzijdse zorg gelet op verschillende ondersteunende handelingen en financiële gedragingen.
Appellant voerde aan dat hij zorgbehoefte had en daarom niet als gehuwd moest worden beschouwd, verwijzend naar een uitzondering in de WWB en het IVBPR. De Raad oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende aantonen dat appellant intensieve zorg nodig had of aanspraak kon maken op AWBZ-plaatsing. Hierdoor faalde dit verweer.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd blijft. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.