ECLI:NL:CRVB:2013:2091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 53%, wat leidde tot een loongerelateerde uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. Vervolgens stelde het Uwv een nieuwe mate van arbeidsongeschiktheid vast van 80 tot 100% op basis van een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant ging in hoger beroep tegen de ongegrondverklaring door de rechtbank van zijn beroep tegen dit tweede besluit. Hij stelde dat de nieuwe FML onvoldoende rekening hield met zijn psychische klachten en dat hij schade had geleden door een te lage loonaanvullingsuitkering.
De Raad beoordeelde dat appellant geen procesbelang had bij het hoger beroep, omdat hij met het tweede besluit al een hogere mate van arbeidsongeschiktheid en bijbehorende uitkering had gekregen dan in het eerste besluit. Ook het verzoek om schadevergoeding werd niet in verband gebracht met het bestreden besluit.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.