ECLI:NL:CRVB:2013:2127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Matiging verlaging bijstand wegens onvoldoende maatwerk en medische omstandigheden
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en weigerde het voor haar opgestelde trajectplan te ondertekenen, waardoor het college haar bijstand met 100% voor een maand verlaagde. Appellante voerde aan dat zij vanwege medische beperkingen niet in staat was de aangeboden taalcursus te volgen en dat het college geen maatwerk had geleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende medische stukken had overgelegd om haar ongeschiktheid voor de taalcursus aannemelijk te maken. Wel stelde de Raad vast dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de verminderde verwijtbaarheid van appellante, die eerder altijd had meegewerkt en onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van weigering.
De Raad vernietigde het besluit en matigde de maatregel tot een verlaging van 30% gedurende een maand, passend bij de ernst van de gedraging en de omstandigheden van appellante. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellante.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt gematigd tot 30% gedurende een maand wegens onvoldoende maatwerk en onvoldoende onderbouwing van medische beperkingen.