ECLI:NL:CRVB:2013:2154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal en bijstand wegens onvoldoende levensvatbaarheid bedrijf
Appellant heeft bijstand voor bedrijfskapitaal en levensonderhoud aangevraagd op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat werd verwacht dat appellant geen toereikend inkomen zou realiseren voor voortzetting van het bedrijf en de noodzakelijke bestaanskosten. Het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) bracht een uitgebreid en zorgvuldig advies uit waarin de levensvatbaarheid van het bedrijf onvoldoende werd onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het dagelijks bestuur een schijnprocedure voerde en dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is. De Raad concludeerde dat het dagelijks bestuur zich terecht baseerde op het deskundige advies van het IMK en dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had aangeleverd om de levensvatbaarheid te onderbouwen. Ook de klacht over de overschrijding van de bezwaarbehandeling werd verworpen, aangezien dit geen directe rechtsgevolgen heeft.
De Raad wees ook het betoog af dat tijdens de hoorzitting onjuiste toezeggingen waren gedaan. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bedrijfskapitaal en bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van de levensvatbaarheid van het bedrijf.