ECLI:NL:CRVB:2013:2264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als callcentermedewerkster, meldde zich in mei 2006 ziek vanwege rugklachten. Het UWV stelde in april 2008 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd gehandhaafd in 2010 en door de rechtbank bevestigd in 2012.
In mei 2010 meldde appellante een toename van haar arbeidsongeschiktheid wegens verslechterde gezondheid. Het UWV weigerde opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen, omdat er geen sprake was van een toename van arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak zoals bedoeld in artikel 55 van Pro de Wet WIA. Dit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het rapport van medisch adviseur Schakel onvoldoende werd meegewogen, maar de Raad oordeelde dat de deskundige Kemperman dit rapport juist had betrokken en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor een toename van de arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.