ECLI:NL:CRVB:2013:2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partnertoeslag AOW na bereiken leeftijd partner 65 jaar
Appellant ontving vanaf maart 2008 een AOW-pensioen met partnertoeslag, beide gekort vanwege niet-verzekerde periodes. Bij besluiten van 25 juli 2011 werd de partnertoeslag per januari 2012 beëindigd omdat de echtgenote de leeftijd van 65 jaar had bereikt. Appellant maakte bezwaar en stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in gebreke wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de toeslag af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, oordeelt dat het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen is vervallen en dat de Svb verplicht was de toeslag te beëindigen op grond van de AOW.
Verder oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld over de hoogte van de dwangsom, waardoor dat deel van de uitspraak wordt vernietigd. Het beroep tegen de vastgestelde dwangsom wordt echter ongegrond verklaard. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wegens betaalde Anw-premies wordt afgewezen. De proceskostenveroordeling wordt eveneens afgewezen omdat de stichting die appellant vertegenwoordigt geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent.
Uitkomst: De partnertoeslag wordt beëindigd omdat de partner 65 jaar is geworden; het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard.