Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2013 inzake AOW. Het verzoek werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en de verzoeker in verzuim werd geacht. Verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd ingediend en ter zitting behandeld, waarbij de verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen.
De Raad oordeelt dat uit het verzet blijkt dat verzoeker niet in verzuim is geweest, waardoor het verzet gegrond is en de eerdere uitspraak vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Vervolgens beoordeelt de Raad het verzoek om herziening inhoudelijk. De eerste grond van het verzoek berust op een onjuiste uitleg van de eerdere uitspraak, en kan daarom niet tot toewijzing leiden. De tweede grond betreft de stelling dat sprake zou zijn van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, maar hiervoor zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd zoals vereist volgens artikel 8:119 Awb Pro.
Daarom wijst de Raad het verzoek om herziening af. Ten aanzien van proceskosten is geen aanleiding tot veroordeling, zowel voor het gegronde verzet als voor het afgewezen verzoek om herziening. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 1 mei 2015.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het verzoek om herziening wordt afgewezen.