ECLI:NL:CRVB:2013:2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over urenbeperking arbeidsongeschiktheid op grond van WAZ
Betrokkene had een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) die door het UWV was herzien en ingetrokken. Na diverse procedures en rapporten van medische deskundigen ontstond twijfel over de juiste mate van arbeidsongeschiktheid, met name over de vraag of een urenbeperking moest worden aangenomen.
De rechtbank stelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking werd aangenomen, mede op basis van rapporten van verschillende medisch specialisten die beperkingen en vermoeidheid bij betrokkene constateerden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst op het rapport van psychiater Schoevers, die betrokkene niet in staat acht om meer dan vier uur per dag te werken vanwege concentratieproblemen en vermoeidheid.
Het UWV heeft geen gemotiveerde bezwaren tegen dit rapport ingebracht. De Raad beveelt aan dat het UWV het besluit op bezwaar herziet met inachtneming van de bevindingen over de belastbaarheid van betrokkene. De uitspraak betreft een tussenuitspraak in hoger beroep, waarin de Raad het UWV opdraagt het gebrek in het besluit te herstellen binnen zes weken.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit op bezwaar te herzien met inachtneming van de urenbeperking van betrokkene zoals vastgesteld door de deskundige.