ECLI:NL:CRVB:2013:2371
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor advocaatkosten wegens onvoldoende noodzaak procedure
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor griffierecht- en advocaatkosten van €1.502,- in verband met een civiele procedure tegen een verzekeringsmaatschappij over waterschadevergoeding. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Later werd een beperkte bijzondere bijstand toegekend voor een deel van de kosten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de procedure noodzakelijk was. De toevoeging van de advocaat had betrekking op licht advies en niet op de procedure waarvoor de kosten werden gemaakt.
De Raad overwoog dat zonder toevoeging het bijstandverlenend orgaan zelf moet beoordelen of de procedure noodzakelijk was. Appellant onderbouwde zijn aanvraag slechts met een e-mail van zijn advocaat met een conceptdagvaarding, wat onvoldoende was. Daarom is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor advocaatkosten wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de noodzaak van de procedure.