ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor griffierecht wegens onvoldoende onderbouwing noodzakelijkheid
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht in een bestuursrechtelijke procedure tegen de minister van Binnenlandse Zaken. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en beval een nieuw besluit. Het College handhaafde vervolgens de afwijzing omdat niet kon worden vastgesteld dat de kosten noodzakelijk waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de noodzaak van griffierecht in beginsel kan worden aangenomen bij rechtsbijstand via toevoeging, maar dat appellant in dit geval geen toevoeging had en zelf de noodzakelijkheid moest onderbouwen. Appellant had echter niet voldaan aan het verzoek van het College om relevante stukken te overleggen die de noodzaak konden aantonen.
Gezien het ontbreken van medewerking en bewijs kon het College terecht concluderen dat de kosten niet als noodzakelijke kosten van bestaan konden worden aangemerkt. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierechtkosten wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzakelijkheid.