ECLI:NL:CRVB:2013:2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks psychische beperkingen
Appellant vroeg op 27 augustus 2010 een WAJONG-uitkering aan wegens psychische klachten, waaronder ADHD. Het UWV besloot op 3 januari 2011 dat appellant geen recht had op uitkering omdat hij met werk meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Dit besluit werd bij bezwaar en rechtbank onherroepelijk bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de beperkingen op concentratie, aandacht en werkuren onvoldoende waren meegenomen en overbelasting niet was meegewogen. Ter onderbouwing werden medische en arbeidsdeskundige rapporten overgelegd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsartsen rekening hielden met de psychische kwetsbaarheid en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat werd aangepast.
De bezwaararbeidsdeskundige had de functies van productiemedewerker en administratief medewerker beoordeeld met inachtneming van de FML, inclusief een urenbeperking tot circa 30 uur per week. De Raad vond de motivering van deze functies passend en zag geen noodzaak tot benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt is en daarmee geen recht heeft op WAJONG-uitkering. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.