ECLI:NL:CRVB:2013:2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per peildatum
Appellant stopte op 20 oktober 2008 met werken vanwege ernstige beperkingen door een hartaandoening. Het UWV stelde bij besluit van 17 december 2010 vast dat appellant vanaf 18 oktober 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Dit besluit werd in bezwaar en door de rechtbank Roermond bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met nieuwe medische informatie, waaronder rapporten van psychiaters en cardiologen. Het UWV verwees naar eerdere rapporten en een expertise-onderzoek door een psychiater met een vergelijkbare culturele achtergrond.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische stukken geen betrekking hadden op de peildatum 18 oktober 2010 en onvoldoende aanleiding boden om de eerdere beoordeling te herzien. De medische onderzoeken en rapportages, waaronder die van cardioloog Hazeleger en de verzekeringsarts, toonden geen objectief bewijs van zwaardere beperkingen op die datum.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.