Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
18 april 2012 kreeg eiser alsnog per 28 november 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid.
.Eiser is recent verwezen naar een psychiater. Met de psychische klachten, die reeds aanwezig waren op de datum in geding, is ten onrechte geen rekening gehouden. Er is volgens eiser geen, althans onvoldoende, rekening gehouden met zijn beperkingen en deze zijn te laag en zijn belastbaarheid te hoog ingeschat. Eiser acht zich volledig arbeidsongeschikt. De rugklachten zijn ook na de herniaoperatie in 2010 blijven bestaan en zijn niet afgenomen. Vanaf 2014 heeft eiser naast de rug- en pijnklachten, scrotale klachten na een liesbreukoperatie en knieklachten ten gevolge van slijtage. Eiser gebruikte paracetamol en diclofenac, thans het antidepressivum Mirtazapine. Er is geen behandeling mogelijk. De pijnklachten zijn blijven bestaan. Vooral de scrotale klachten leiden volgens eiser tot beperkingen ten aanzien van zitten, welke beperkingen ten onrechte niet door verweerder zijn geduid. Eiser heeft bovendien een verstoord nachtritme, gelet op zijn pijnklachten slaapt eiser zeer slecht. Hij is daardoor ernstig beperkt in zijn energie en er is sprake van vermoeidheid, overbelasting en overprikkeling. Derhalve had verweerder een urenbeperking dan wel in ieder geval een beperking ten aanzien van het verrichten van arbeid ’s nachts moeten opleggen. Eiser heeft verder betoogd dat verweerder ten onrechte geen psychologisch / psychiatrisch onderzoek heeft verricht. Eiser heeft aanvullend een afschrift van de brief van 8 juni 2018 van psychiater H.A. Goud overgelegd. Tot slot heeft eiser betoogd dat hij als bijstandsgerechtigde niet in staat is om een deskundige in de hand te nemen en een tegenrapportage in te brengen, dat had verweerder volgens hem moeten faciliteren. Eiser doet een beroep op artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waarbij hij heeft gesteld dat sprake is van ongelijkheid tussen partijen.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op