ECLI:NL:CRVB:2013:2445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder aantoonbare buitensporige werkomstandigheden
Appellante was sinds 1988 in dienst bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer en werd in 2007 volledig arbeidsongeschikt verklaard vanwege psychische klachten. De re-integratie vond plaats buiten haar oorspronkelijke afdeling, maar zij viel in januari 2010 opnieuw uit wegens ziekte. De werkgever verleende eervol ontslag per 1 augustus 2010 op grond van langdurige ongeschiktheid.
Appellante stelde dat haar arbeidsongeschiktheid grotendeels te wijten was aan de werkgever vanwege onvoldoende contact, onvoldoende optreden tegen seksuele intimidatie en een onveilige werkomgeving. De directie betwistte dit en stelde dat de begeleiding adequaat was en dat er voldoende re-integratie-inspanningen waren verricht.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van buitensporige werkomstandigheden en dat de werkgever niet in gebreke was gebleven. De klachten over seksuele intimidatie en onveiligheid werden niet objectief onderbouwd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het eervol ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder compensatie.