ECLI:NL:CRVB:2013:2480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij werkzaamheden voor vennootschap
Betrokkenen ontvingen bijstand over verschillende perioden, waarbij betrokkene 1 werkzaamheden verrichtte als zelfstandige en voor een vennootschap. Appellant vermoedde dat betrokkene 1 de werkzaamheden voor de vennootschap voortzette zonder dit te melden en startte een onderzoek. Op grond van het onderzoek trok appellant de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen deels gegrond voor de tweede en derde periode, omdat zij oordeelde dat voldoende inlichtingen waren verstrekt. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat niet alle relevante informatie was verstrekt over de werkzaamheden voor de vennootschap.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene 1 op geld waardeerbare werkzaamheden voor de vennootschap verrichtte en dat betrokkenen deze niet hadden gemeld, waardoor zij hun inlichtingenverplichting schonden. Dit rechtvaardigde de intrekking van de bijstand en terugvordering van de kosten over de tweede en derde periode. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard en het beroep van betrokkenen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkenen wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand over de tweede en derde periode bevestigd.