Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Na een herbeoordeling in 2009, waarbij een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd opgesteld, concludeerde het UWV dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld en wees het bezwaar van appellante af.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met beperkingen door een Carpaal Tunnel Syndroom (CTS), maar stelde het UWV in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. Na nadere rapportages concludeerde de rechtbank dat het UWV dit had gedaan en dat de beperkingen in de FML toereikend waren.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar beperkingen zijn onderschat, maar de Raad concludeert dat de overgelegde medische informatie dit niet ondersteunt. De Raad bevestigt dat de functies die ten grondslag liggen aan de schatting medisch geschikt zijn voor appellante en verklaart het hoger beroep ongegrond. Een vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.